Scheiden en kinderen

Heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen belasting en bepaalde premies. De heffingskortingen worden betaald aan de ouder op wiens adres de kinderen op basis van de GBA-registratie gedurende meer dan zes maanden in het jaar staan ingeschreven. Dit betekent in de praktijk dat na een scheiding alleen de meest verzorgende ouder recht op de heffingskortingen heeft. Er gelden twee belangrijke aandachtspunten:

  • Alleen op de inkomensafhankelijke combinatiekorting kunnen beide co-ouders aanspraak maken.
  • Recht op de algemene heffingskorting blijft bestaan voor een partner zonder eigen inkomen, mits minimaal zes maanden is samengewoond in het jaar van scheiden.

Het al dan niet fiscale partners zijn, is van belang voor de heffingskortingen. In het kader van scheiden zijn vooral van belang:

  • De algemene heffingskorting
  • Iedereen heeft recht op een algemene heffingskorting. Wie werkt, maakt daarnaast aanspraak op de arbeidskorting.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting. Voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt dat bij co-ouderschap het kind tegelijkertijd behoort tot beide huishoudens van de (gescheiden) co-ouders. De eis dat het kind ten minste zes maanden tot de huishouding behoort, heeft tot gevolg dat bij een verdeling van precies zes maanden beide ouders in aanmerking komen voor deze korting. Inschrijving bij slechts één ouder is dan geen bezwaar.
  • Op deze combinatiekorting heeft een ouder recht als de jaarlijkse inkomsten uit arbeid boven een bepaald bedrag (circa 5.000 euro) liggen en tot het huishouden een kind jonger dan twaalf jaar behoort. Dat kind moet ten minste zes maanden in het jaar tot diens huishouden behoren en gedurende die periode op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven.
  • De alleenstaande-ouderkorting
  • Dit is een stimulans voor de ouder om te gaan werken in de vorm van een korting op de belasting. Het geldt voor alleenstaande ouders die kinderen verzorgen tot 27 jaar. Het kind moet in het betreffende jaar minimaal zes maanden op hetzelfde adres staan ingeschreven. Er geldt een aanvullende korting voor ouders die inwonende kinderen tot 16 jaar verzorgen. In het betreffende jaar moet de ouder meer dan zes maanden geen fiscale partner hebben.

Huurtoeslag, kindertoeslag

Het al dan niet fiscale partners zijn, is van belang voor diverse toeslagen, zoals de huurtoeslag en de kindertoeslag. Van fiscale partners worden de inkomens bij elkaar opgeteld. De hoogte van toeslagen hangt onder andere af van het gezinsinkomen. Daarom worden partners van wie het inkomen wordt opgeteld om tot het gezinsinkomen te komen, ook wel toeslagpartners genoemd. Na een scheiding daalt dat vaak, waardoor de toeslagen hoger kunnen worden.

Voor onder andere de huurtoeslag kan een kind maar bij één ouder zijn ingeschreven. Maar de andere ouder mag het kind in geval van co-ouderschap bij het indienen van een aanvraag voor huurtoeslag wel bij het huishouden meetellen. De Belastingdienst vraagt hierbij om een verklaring co-ouderschap, door beide ouders ondertekend.

Kindgebonden budget

Wie minderjarige kinderen heeft en een niet te hoog inkomen heeft, krijgt een kindgebonden budget. Dit budget is een bijdrage in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. De inkomensgrens hangt af van het aantal kinderen. Het budget varieert van ongeveer 30.000 euro bij één kind tot ruim 50.000 euro bij vier kinderen. Er gelden drie belangrijke voorwaarden:

  • De ouder of verzorger ontvangt ook kinderbijslag.
  • De ouder of verzorger verzorgt het kind in belangrijke mate.
  • De ouder of verzorger heeft een inkomen lager dan circa 30.000 euro (bij een hoger inkomen geldt een korting op dit budget).
  • Komen twee ex-partners na een scheiding een verdeling overeen van de kinderbijslag? Dan wordt het kindgebonden budget op dezelfde wijze verdeeld. Wel wordt toegestaan dat kinderen op verschillende adressen worden ingeschreven, dan is het woonadres leidend voor de berekening.

Bijdrage levensonderhoud kind

Er geldt vanaf 2015 geen aftrekmogelijkheid per kwartaal meer voor de ouder die een kind jonger dan 21 jaar in belangrijke mate onderhoudt, middels het betalen kinderalimentatie. De ouder mag dan geen recht op kinderbijslag hebben en het kind mag geen recht op studiefinanciering hebben.

Schoolkosten

Is het belastbaar inkomen van de ouder lager dan een bepaald niveau, dan bestaat voor een kind dat op 1 juli jonger is dan 18 jaar, recht op de maximale tegemoetkoming in het lesgeld of andere schoolkosten. Dat kan honderden euro’s zijn, maar ook meer dan 1.000 euro. Dat maximum hangt af van onder andere het soort onderwijs. Voor hogere inkomens geldt een kortingspercentage. De tegemoetkoming schoolkosten kan alleen door één ouder worden aangevraagd.

TIP

Meerdere kinderen schrijf je bij voorkeur in op meerdere adressen. Hebben jullie één kind? Schrijf het kind dan in op het adres van de ouder met het laagste inkomen. Dan maakt die ouder eerder aanspraak op kortingen of toeslagen. Je kunt altijd in onderling overleg deze bedragen weer onderling verrekenen.

Hebben jullie de verzorging van de kinderen geregeld door middel van co-ouderschap? Let op bijzondere fiscale regelingen. Schrijf beiden het kind in op het eigen adres, dan krijgen jullie wellicht allebei recht op alleenstaandentoeslag. Houd wel de ontwikkeling in de gaten, deze toeslag staat namelijk ter discussie en wordt waarschijnlijk vervangen door een ruimer kindgebonden budget. Daar profiteren vooral ouders met lage inkomens van.

Kinderbijslag

Als je jullie kinderen in het kader van co-ouderschap op zowel jouw adres als dat van je ex-partner inschrijft, dan heeft dat gevolgen voor de kinderbijslag. Jullie gaan dan namelijk ieder apart kinderbijslag ontvangen. Let wel op eventuele onbedoelde effecten op andere aftrekposten, zoals voor het levensonderhoud van je kinderen.

De Sociale VerzekeringBank (SVB) betaalt de kinderbijslag aan de meest verzorgende ouder. Bij co-ouderschap hebben beide ouders recht op (de helft van) de kinderbijslag. Jullie geven dan aan de SVB door aan welke ouder de kinderbijslag moet worden uitbetaald. Jullie verrekenen de kinderbijslag daarna zelf onderling.

Aftrekbare overige kosten

Kosten die je kunt aftrekken, zijn de kosten die je moet maken om alimentatie te krijgen, zoals advocaatkosten, telefoonkosten, portokosten, reiskosten en incassokosten. Omgekeerd, als je minder alimentatie wilt betalen bijvoorbeeld, zijn de kosten niet aftrekbaar. Als het gaat om aftrekbaarheid van advocaatkosten maakt de belastingdienst dus een onderscheid tussen degene die de partneralimentatie ontvangt en degene die de alimentatie betaalt. Alleen advocaatkosten om alimentatie te verkrijgen, behouden of innen, zijn fiscaal aftrekbaar.

TIP

De kosten die je maakt voor het onderhandelen over alimentatie zijn ook aftrekbaar. Maak je kosten voor je scheiding? Probeer die dan zoveel mogelijk te scharen onder deze noemer.